De lucht is grijs, de aarde koud. De moestuin ligt er stil en gelaten bij. De bedden houden zich rustig onder een dun laagje herfstbladeren, zeil of groenbemester. De enige beweging komt van de moestuinpoes, die wat verloren zijn rondje over de tuin maakt. De winterslaap is aangebroken. Op een van de laatste dagen van het seizoen stoppen de tuinders hun vermoeide handen nog wat dieper in hun jaszakken en blikken ze terug op 2025. Een jaar vol rijkdom, uitdagingen en verbinding.
Rijk en licht
“Het was een rijk seizoen, de tuin heeft zoveel gegeven.” Het zijn de eerste woorden waarmee Simone het jaar omschrijft. “En het voelde dit jaar zoveel lichter.” Letterlijk was dat ook zo. Met de aanschaf van de trekker werd het bewerken van de tuin fysiek minder zwaar. Maar ook de gunstige weersomstandigheden maakten het in veel opzichten een lichter seizoen. “Je doet net zoveel je best als bij slechter weer, maar je ziet meer resultaat van je werk.” Maartje spreekt van wederkerigheid: “Je gaf en kreeg er iets voor terug. Er komt van alles de tuin op, veel meer dan in andere jaren. Oogsters brengen koffie of koekjes mee. Zo bijzonder! We zagen ook veel nieuwe mensen, die na een eerste bezoek gegrepen werden door de tuin. Zij brengen ook weer nieuwe energie mee.” ‘Flow’ is het woord dat bij Mirjam opkomt, als ze terugkijkt op 2025. “Het liep lekker, het weer werkte mee en er was een fijne dynamiek tussen de tuinders.”
Vier stagiaires!
“En laten we vooral de vier stagiaires niet vergeten”, roepen ze bijna in koor. Niet eerder waren er zoveel stagiaires tegelijk actief op de tuin, en dat merken ze aan alles. “Ze zetten zich vol in en werken hard. Ze stellen vragen, dagen ons uit om keuzes opnieuw te bekijken en houden ons daarmee scherp. Bovendien brengen ze ook nog eens hun eigen expertise mee. Zo hebben Charlotte en Denise een applicatie gebouwd waarmee ons teeltplan nu geautomatiseerd is. Dat levert ons een mooie efficiëntieslag op! Het is een van de successen achter de schermen.”
Waar de tuin verbindt
Een woord dat regelmatig terugkomt in het gesprek is ‘verbinding’, bijvoorbeeld als het gaat om de band met de lokale gemeenschap. De tuinders steken daar veel energie in. Het afgelopen jaar kreeg die verbinding op allerlei manieren vorm. Maartje vertelt: “Bedrijven hielden hun bedrijfsuitje op de tuin, jongeren deden er hun maatschappelijke stage. En niet te vergeten: de samenwerking met Kasteel de Haar. Zij verzorgden rondleidingen door de tuin, wij brachten kratten vol courgettes.”
De verbinding is ook voelbaar in het dagelijkse werk op de tuin. Oogsters zoeken de tuinders op met vragen of gewoon voor een praatje. Inmiddels heeft zich ook een grote groep vrijwilligers aan de tuin verbonden. Tijdens de feestelijke momenten op de tuin wordt die verbondenheid extra zichtbaar: bij de Plantjesmarkt, het Oogstfeest en de Feestoogst. Ook dit jaar waren dat weer zeer geslaagde momenten. Op die dagen zie je de tuinders zichtbaar genieten.
Misschien gaat de verbinding zelfs nog wel een stapje verder? De tuin lijkt ook betekenis te hebben als het gaat om verbinding met onszelf. Maartje: “Het is iedere keer weer bijzonder om te zien hoe mensen op de tuin opleven, bijtanken en groeien. Dat maakt dit werk ook zo waardevol.”
(Kom)kommer en kwel
Ieder seizoen kent uitdagingen, die horen er voor een tuinder bij. Gewassen doen het bijvoorbeeld minder goed dan verwacht of gehoopt. Zoals de komkommers en augurken dit jaar. “Dat was niet alleen bij ons hoor, voor heel Nederland was het een slecht komkommerjaar”, zegt Simone. “Je hebt elk jaar wel een paar gewassen die het niet goed doen. Maar bij de komkommers doet het wel extra zeer, omdat het meestal een stabiel gewas is, waar we lange tijd van kunnen oogsten.”
Er waren meer tegenvallers, zoals de dienstweigering van de trekker. Na de eerste euforie over de aanschaf volgde de teleurstelling: juist in het hoogseizoen konden de tuinders er door onderhoudsperikelen zo’n zes weken geen gebruik van maken. “Hopelijk komt het potentieel van de trekker komend jaar wél tot zijn recht en wordt de machine echt eigen op de tuin.”
Onkruid vergaat niet. Helaas. De terugblik op het afgelopen jaar is niet compleet zonder stil te staan bij… onkruid. “Dit jaar gaat het écht beter”, was de hoop aan het begin van het seizoen. En dat is deels ook wel gelukt. Mirjam: “Maar het blijft zuur als het onkruid uiteindelijk wint en je geen andere keuze hebt dan een bed op te geven.”
Uitkijken naar de eigen opkweek
Plantenkwekerij Jongerius stopt. De tuinders konden het in eerste instantie nauwelijks geloven: een paar weken eerder hadden ze er tijdens het vrijwilligersuitje nog een rondleiding gekregen. De afgelopen jaren leverde het bedrijf een groot deel van het biologische plantgoed voor de moestuin. Het wegvallen betekent een groot probleem, want alternatieve biologische kwekers zijn schaars.
De tuinders lieten er geen gras over groeien: “Dan gaan we gewoon zelf meer opkweken.” Nou ja… gewoon. Een eigen opkweekfaciliteit vraagt om de nodige infrastructuur, zoals kiemkasten met warmte en kunstlicht. Die voorzieningen moeten nog gebouwd worden. Iedere zaaitray gaat er straks doorheen. Dat versterkt de kiemkracht van de plantjes. Mirjam vindt het magisch: “Straks gaan we van een zaadje naar een oogstbare groente.” Ze kijken er alle drie naar uit, al is het spannend en veel werk. En moeten ze alles ook nog eens in korte tijd realiseren, zodat de aller vroegste gewassen in het voorjaar op tijd de grond in kunnen. Waar januari eerder een maand van rust was, ziet die er dit jaar heel anders uit. Simone kijkt met vertrouwen vooruit: “Het is fijn dat we nu met een groot team zijn. Als we allemaal een stap extra zetten, geeft dat enorm veel slagkracht.”
Dank lieve tuinders! Op naar een groeizaam, plezierig en verbindend nieuw seizoen!