Komkommerkruid

Komkommerkruid, ook wel ‘bernagie’ of ‘borago officinalis” genoemd, kom je geregeld tegen in een wilde bostuin. De plant heeft vaak een grillige vorm. Bij een fikse hoosbui knakken met gemak enkele takken, maar door zijn geweldige veerkracht herstelt de plant zich snel. Eenmaal gesetteld zullen de zaailingen het volgende jaar op willekeurige plekken opduiken.

Plantkenmerken
Komkommerkruid is een eenjarige, niet winterharde plant die uit zaad wordt opgekweekt. Het kruid hoort tot de familie van de ruwharigen, waar je bijvoorbeeld smeerwortel, het vergeet-mij-nietje, longkruid en de groenbemester phacelia (in onze moestuin toegepast) kunt rekenen. Even een waarschuwing: behaarde planten kunnen huidirritatie veroorzaken.

Komkommerkruid wordt in één seizoen een halve tot een hele meter groot. Het nectarrijke kruid bloeit met blauwe stervormige bloemen die druk bezocht worden door bijen en hommels.

Plukken
Wie de bloemen wil plukken, kan dat het beste ’s ochtends vroeg doen. Stop ze, net als de eetbare jonge blaadjes, onmiddellijk in een doosje of plastic zakje. Verwerk ze thuis zo snel mogelijk.
Je kunt de bloemen eventueel buiten direct zonlicht drogen, waardoor ze papierachtig worden.

Voedingswaarde en medicinale eigenschappen
Zowel de bloemen als de bladeren bevatten vezels, goede vetzuren, de vitamines A, B en C, en verder magnesium en zink.
In de kruidengeneeskunde wordt de plant aangemerkt om zijn ontstekingsremmende en vochtafdrijvende eigenschappen, als remedie bij spijsverteringsproblemen en het premenstrueel syndroom.

Gebruik
Van de bloemetjes en jonge blaadjes, die allebei vaag naar komkommer smaken, kun je thee zetten. Combineer je dit mengsel met gedroogde goudsbloem en/of citroenmelisse, dan wordt het een nog rijker kruidenmengsel.
Een enkel bloemetje in een ijsblokje, een handje bloemetjes in gebak of een salade, dat is een lust voor het oog. Gekookte bladeren heb wel iets weg van spinazie. Italianen combineren het met kervel en roeren het door de pasta of soep.